nl en

Meebouwen aan Amerika’s eerste offshore windpark: Block Island Wind Farm

In de Verenigde Staten wordt al jaren gekeken naar de stormachtige ontwikkeling van offshore windparken in Europa. Terwijl er in de Noordzee al zo’n 3.000 windturbines draaien, is dat er offshore in Amerika nog geen enkele. Ontwikkelingen van enkele offshore windprojecten zijn er wel, met het Cape Wind project voorop, maar deze lopen meestal vast op juridische conflicten. Dit is nu door Deepwater Wind (DWW) doorbroken met het Block Island project. Deze 10-jaar oude onderneming uit Providence, hoofdstad van het kuststaatje Rhode Island, wist dit demonstratieproject voorbij het investeringsbesluit te loodsen.

Europees kraanschip nodig voor installatie turbines
Het gaat om vijf innovatieve windturbines van 6 MW elk, geproduceerd door GE (Alstom) in hun nieuwe fabriek in Frankrijk. De jacket fundaties zijn in 2015 gefabriceerd in de USA en geïnstalleerd door een Amerikaanse aannemer. De exportkabels tussen het windpark en Block Island, en van daar door naar het vaste land, zijn begin 2016 geïnstalleerd. Maar omdat geen enkele Amerikaanse aannemer een kraanschip heeft om windturbines mee te installeren, werd hiervoor in de zomer van 2016 een schip uit Europa gemobiliseerd. Het ging om de Brave Tern van Fred Olsen, een 4-jaar oud hefschip dat op de Noordzee inmiddels zijn sporen ruim verdiend heeft.

Praktische expertise ingevlogen
Ventolines raakte betrokken bij deze fase van het project met de vraag naar praktische expertise op het gebied van offshore turbine installaties. Ik pakte deze rol graag op, en nam –als vertegenwoordiger van de opdrachtgever- deel aan tal van technische besprekingen tussen GE en Fred Olsen. Daarnaast waren er wekelijkse teammeetings en andere vergaderingen, soms telefonisch maar ook regelmatig in Providence. Uiteraard was de bestudering en beoordeling van de installatie procedures een belangrijke taak. In april werd een GE-turbine geïnstalleerd in Denemarken, en namens DWW was een project engineer van Ventolines daarbij. Eind juni werden de transportframes voor de vijf turbines op het schip geplaatst en in juli werden de turbines bij de GE-fabriek in Frankrijk opgehaald met het schip. In beide gevallen waren we erbij.

Coördinatie, communicatie en Whatsapp
Na de trip over de Atlantische Oceaan kwam de Brave Tern op 2 augustus aan in de USA. Enkele dagen later startte de installatie van de vijf turbines offshore Block Island, die ruim twee weken zou duren. Aan boord was ik als vertegenwoordiger van de klant DWW verantwoordelijk voor de coördinatie van de betrokken partijen: GE (turbines), Fred Olsen (kraanschip) en Montco (aanvoer) en nog andere belanghebbenden. Ook verzorgde ik de dagelijkse updates voor het DWW projectteam, waarvoor ik een Whatsapp-groep aanmaakte wat de Amerikanen prachtig vonden. Veel foto’s die ik maakte werden door DWW meteen doorgezet naar social media. Technisch verliep de bouw van het windpark prima, zonder enig veiligheidsincident. Door de onvoorspelbare wind iets meer weersverlet opgelopen dan ik verwacht had, maar toch eerder klaar dan DWW verwachtte.

Offshore in de VS is los
Ik kijk met veel plezier terug op de bouw van de Block Island windturbines, ondanks mijn grote verantwoordelijkheid aan boord. Technisch grensverleggend, een leuk team Amerikanen, en veel airmiles… Ook goed om te zien dat andere Ventolines-specialisten betrokken raakten bij discussies over o.a. elektrische- en turbine-issues. Binnenkort reist er een Ventolines turbine-expert af naar het windpark om de vijf turbines te inspecteren en wellicht speelt Ventolines een rol bij het beheer van het windpark. Tijdens de bouw van Block Island veranderde de stemming in de USA al merkbaar van “wij willen ook offshore windparken” naar “we zijn begonnen” en in verschillende kuststaten werden wetten aangenomen over offshore wind. Dat Ventolines daar in de toekomst een rol in gaat spelen ligt voor de hand.

Albert Ploeg, Turbine Installation Manager